zondag 16 juni 2013

Goed volk

Twee weken geleden hebben we een nieuwe broedkamer onder de eerste broedkamer gezet. Vandaag gaan we tijdens de cursus kijken hoe de bijen zich hebben ontwikkeld. De broedkamer voelt heel zwaar aan! We zijn blij dat we een achtraamskast hebben (een zogenaamde vrouwenkast) en niet een kast met tien of elf ramen. Dat zou nog zwaarder zijn.
De bijen hebben alle raampjes gevuld met BRIAS (Broed In Alle Stadia): eitjes, larven, gesloten broed. De bruidsvlucht van de koningin is dus goed gegaan, ondanks het slechte weer.
In de onderste broedkamer zitten een paar bijen en daar begint alles voorzichtig op gang te komen. Het advies is om de volle kamer onder te zetten en de lege boven. De bijen zullen daar boven, op de warmste plek, snel verder gaan bouwen. De acacia bloeit en zodadelijk komt de linde dus de verwachting is dat er over twee weken heel wat raampjes zijn ingebouwd. We zijn benieuwd!
De bijen hebben ongeveer een half pak suikerdeeg opgemaakt in twee weken.
Medecursist Ingrid heeft geen eigen volk en zij sluit aan bij de bijen van Zutphen Bijenstad. Het is immers veel leuker om een volk te volgen, dan om elke cursusles bij een andere kast te gaan kijken. Het volgen van een volk geeft veel meer (ver)binding.


Zutphen Bijenstad is lidvan Atelier3D. Samen met veel anderen gaan we per 1 januari de huidige Kaardebol nieuw, duurzaam leven inblazen. De bijen van Zutphen Bijenstad zouden heel goed in de tuinen van de Kaardebol kunnen staan. Dan zijn de bijen voor iedereen goed te volgen.

Tijdens de cursus werden we getrakteerd op een mooie zwerm. Onder toeziend oog van alle cursisten werd de bijen een nieuwe kast aangeboden.


Op de bijenstal staat ook één Top Bar Hive kast, een kast waar de bijen vrij kunnen bouwen. Dan kan je deze hartjes krijgen:

 
 
 
 

woensdag 5 juni 2013

Zwermen of niet zwermen?


We praten met diverse imkers over het (laten) zwermen van bijen en zoals te verwachten zijn de meningen hierover verdeeld.
Na het scheppen van de zwerm (zoals dat heet) op 5 juni, zoek ik contact met deze zwerm.
Als eerste krijg ik dank door. Dat verrast me. Ik hoor dat de koningin met een deel van de bijen erop uit is getrokken om een nieuw onderkomen te zoeken. Dat gaan ze nu krijgen en daar komt de dank uit voort.
Ik denk aan de bijen die niet in de korf zijn beland en dood zullen gaan. ‘Het gaat om de groep en de groep is nu veilig. Er wordt nu zorggedragen voor ons,’ hoor ik.
‘Wat heeft jullie voorkeur: zwermen of niet zwermen?’
Het is me meteen duidelijk dat ze liever zwermen dan dat er ingegrepen wordt. Zwermen is een natuurlijke flow. Het ingrijpen door imkers voelt als een ruwe verstoring.

Een zwerm!

Iemand belt op dat er een zwerm bijen in hun tuin is gekomen. ’s Middags zag het zwart van de bijen en de diertjes hebben zich verzameld in een oude perenboom. Of ik er iets van weet en of ik er iets mee kan.
Ik weet dat het wettelijk zo is dat zij de bijen mogen houden. Deze mensen hebben geen kast en kunnen niet imkeren, maar ze kennen iemand die imker is, dus die wordt gebeld. Ik bel intussen Geraldine en vraag of ze tijd heeft, want dit is natuurlijk leuk om mee te maken! Zo gebeurt het dat om 7 uur ’s avonds een oude imker, twee ouders, vier kinderen, een hond en wij als beginnelingen onder een hoge perenboom kijken naar een grote zwerm bijen die zich goed verdekt in de oude takken en bladeren heeft genesteld.

 

De oude imker blijkt hoogtevrees te hebben en het komt goed uit dat Geraldine haar imkeruitrusting altijd in de auto heeft liggen. De man des huizes hijst zich in haar witte pak, klimt de ladder op, knipt wat takken weg en wacht op de volgende instructie.




‘Nu moet je de korf eronder houden en dan heel hard op de tak slaan,’ roept de imker naar boven. ‘En de korf goed vasthouden.’ Alsof het zijn zoveelste zwerm is, zo volleerd gaat de man te werk!


(op de bovenste foto is de klap nog niet gegeven;
op de onderste zie je de bijen op het pak zitten)

De korf met bijen wordt op het gras gezet, met een baksteen eronder zodat de resterende bijen er ook in kunnen vliegen.



Het is even spannend, want er is nu overal actie: rond de korf, in de boom, in de lucht. Waar zit de koningin? Want waar zij is, gaan de bijen heen. De eerste vijf minuten weten we het niet. De ene keer lijkt het of de plek in de boom groeit, de andere keer lijkt het of er veel bijen de korf in gaan. Maar eindelijk wordt het duidelijk: de bijen gaan de korf in. Mooi!

‘Imkeren is geduld hebben,’ citeer ik onze bijenleraar. ‘Ja, maar dat heb ik niet,’ zegt de oude imker. Maar in de tijd dat we wachten, met een kop koffie, zittend in het gras, met het gezoem van de bijen om ons heen, komen we de tijd goed door. Er wordt weer heel wat bijenkennis uitgewisseld.
 
Als de meeste bijen in de korf zijn, is het tijd voor de laatste handeling: de korf omdraaien, een jutezak eromheen, vastbinden en in de auto zetten.
 

 
De bijen gaan naar hun nieuwe stek, meer dan 4,5 kilometer van deze plek vandaan. Ver genoeg om niet terug te vliegen.

maandag 3 juni 2013

Beheersen van gedachten

Imker Barend vertelt over bijenvolken en stekende bijen. Er schijnt niet veel logica in te zitten of de bijen nu rustig of agressief zijn. Wat je als beginneling soms zo zeker meent te weten, wordt door jarenlange omgang met bijenvolken door de verschillende ervaringen in twijfel getrokken.
Wat hij wel zeker weet, is dat doelbewust werken goed werkt: weten wat je in de kast doet en die handelingen doeltreffend uitvoeren.
‘Maar is dat niet ook een vorm van communiceren met je bijen?’ vraag ik hem. ‘Is dat niet hetzelfde als met kinderen: als je duidelijk bent in wat je wilt, dan straal je dat ook uit en dan is het voor hen duidelijk.’
Je gedachtenkracht kun je gebruiken. Ik vertel over Steve Irwin. Als hij een krokodil moest vangen, zei hij altijd tegen zijn medewerkers: ‘Kies iets om aan te denken op dit moment, maar het mag absoluut niet het vangen van deze krokodil zijn.’ Als mensen zich daaraan hielden, ging het goed. Het dier was dan totaal overdonderd door de actie. Dacht iemand toch aan het vangen van de krokodil, dan ving het dier dat op en anticipeerde daarop.
Als wij naar onze bijen gaan, maak ik van te voren even contact met ze. Ik leg uit dat we er over een poosje aan komen, wat we gaan doen en waarom. Ik vraag ze onze onervarenheid voor lief te nemen. Ik vraag ook of ze geduld met ons hebben en zeg dat we nog wat onwennig en angstig zijn.
Het moment komt vast nog wel dat we onze gedachten goed kunnen richten op de bijen en wat we met ze doen als we bij de bijen zijn. Net zoals we onze reflexen moeten leren beheersen als er bijen over ons heen lopen, zullen we ook onze gedachten moeten leren beheersen. Maar we gunnen onszelf wat tijd...

Hoe is het met ons volk?

Even kort op een rijtje: Geraldine en ik (Piek) volgen de reguliere imkercursus, kopen redelijk impulsief een kast op 29 april en 4 mei krijgen we van imkervereniging Zutphen een zgn. broedaflegger: een aantal raampjes met bijen, broed en voedsel. De koningin van deze bijen blijft in haar eigen kast en de bijen die kunnen vliegen (de vliegbijen) gaan terug naar hun oorspronkelijke kast.
De bijen die nog niet vliegen merken dat er geen koningin meer is en gaan als een razende redcellen maken. Dat wil zeggen dat ze een aantal gewone bijenlarven gaan voeden met koninginnengelei, zodat zij koningin in plaats van werkbij worden.
Als we 13 dagen later weer cursus hebben, blijkt dat er minstens twee koninginnen uit zijn gekomen. We vinden er geen een, maar als het goed is hebben de hoogheden met elkaar uitgemaakt wie van de twee dit volk gaat voorzien van nieuw broed.
De week erop is het tijd voor de jonge koningin om op bruidsvlucht te gaan en zich te laten bevruchten door een aantal darren. Maar het weer is niet zo best. We kunnen alleen maar hopen dat ze een moment gevonden heeft waarop ze het aandurfde om een paar kilometer hoog te gaan vliegen voor haar belangrijke uitje.

1 juni gaat Geraldine naar cursus (ik kan helaas niet) en het blijkt dat de bijen in drie weken tijd twee kilo suikerdeeg hebben gegeten. Dit komt door het koude, natte weer maar ook doordat er minder vliegbijen zijn dan in een gewoon volk. Ze storen het volk niet lang: als de koningin aan de leg is, zoals de bedoeling is, dan verdient het volk rust.
Ik heb geluk want Geraldine heeft geen nieuw pak suiker en geen nieuwe broedkamer in haar auto liggen, dus we gaan samen op 2 juni naar de bijen. Leraar Ben vindt dat we dit niet alleen kunnen en zeer ervaren imker Barend assisteert ons. Voor hij er is, ontmoeten we bij de bijenstal een andere imker en er wordt natuurlijk volop over bijen gepraat. Met z’n vieren gaan we aan de slag. We doen onze petten weer op en Barend vraagt of we een pijp bij ons hebben. Nee, wij doen het met sigaren. Als jarenlange sigarenrookster lijkt me dat een goed plan, maar ja, hoe doe je dat met zo’n net voor je mond? Het blijkt dat de sigaar in mijn cap moet. Maar dan komt de sigaar tegen het net en brandgevaar is niet ondenkbeeldig. Ik heb al bijna de slappe lach, breek snel een stuk sigaar af (wat Geraldine wat snel ging: ‘Hee, hoe kom je nou aan een kleine sigaar? Had je die ook bij je?’) en de aansteker gaat aan, vlak bij de vitrage van mijn cap wat natuurlijk weer voor hilariteit zorgt.

Dan naar de bijen, in onze mooie 8 raams-, vrouwvriendelijke kast. ‘Geef maar rook,’ zegt Barend. Ik blaas wat in en hoor dat ik meer rook moet geven. Pfff, sigaar roken is lekker, maar zoveel achter elkaar paffen in die benauwde cap is iets heel anders! Het staat helemaal blauw rond mijn gezicht en ik hoor dat de bijen nog meer rook mogen hebben.
De volle broedkamer is inmiddels op de nieuwe gezet en we gaan de suikerpakken verwisselen. Er zitten allemaal bijen in de uithoeken van de oude, bijna lege zak. We leggen de volle zak neer en de kast kan gesloten worden. Fluitje van een cent.
Toch wordt de imker die mee was nog even geprikt. Een bij kroop zijn tshirt in en kreeg het benauwd.

We zijn nog erg onwennig bij de bijen, merken we. Daarom is het fijn om verhalen te horen van ervaren imkers. We hebben ook alllang door dat Albert Muller, de BDimker, gelijk heeft met zijn uitspraak: ‘Zet twaalf imkers bij elkaar en je mag blij zijn als je dertien meningen hebt.’ Met die informatie in ons achterhoofd, horen we alles aan (lees: slurpen we alles op) en daar zal een eigen omgang met de bijen uit voortvloeien.

Bijenkleding

Van een Nederlandse vrouw die in Duitsland woont en daar de imkercursus heeft gedaan, krijg ik het volgende bericht:
 
Dag Piek,
Ik las je Bijenblog, over de kleding. Ik heb hier geleerd lichtgekleurde, niet flapperende kleding te dragen, van donker & fladderig worden ze stekerig. Dat worden ze ook op "blad"-dagen, zoals mijn biologisch-dynamisch imkerende mondhygiëniste meldde. En verder is het handig een voorraadje van het homeopathisch middel Apis bij je te hebben (de korrels), een probaat middel voor als je gestoken bent. Parfum, deodorant & al dat soort middelen niet opdoen als je naar de bijen gaat, ze worden er woest van.
Groet,
Alma
 
Nu is het geval dat Geraldine graag wijde, fleurige kleding draagt. En ik heb altijd gel in mijn haar. Ik ben benieuwd wanneer de dag komt dat we de juiste kleding en haardracht hebben.